Gouden Middeleeuwen - 1

 

Hoezo donkere middeleeuwen? De periode tussen 400 en 700, op de rand van de Oudheid en Middeleeuwen, geldt in Nederland als een vage, duistere periode. Veel volksverhuizingen, veel geweld en groot verlies van hoge cultuur.

 

merovingische buidelbeker 141109

Niet echt zegt archeologe en kunsthistorica Annemarieke Willemsen. In het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden heeft zij een grote tentoonstelling ingericht ter rehabilitatie van dit “gat in de Nederlandse geschiedenis”. Wat blijkt? De Romeinse wegen vervielen niet, maar werden gewoon gebruikt. De smeden maakten betere zwaarden dan in de Romeinse tijd. Er werd flink gehandeld, overal worden gouden munten uit die tijd teruggevonden. En de mensen waren langer dan in de Romeinse tijd en relatief gezond. Geen teken van verval.

Deze tentoonstelling is de moeite waard van het bezichtigen, in het bijzonder omdat een vondst uit Bergeijk er prominent prijkt: een intacte glazen buidelbeker uit de 8st eeuw opgegraven in 1957 in een Bergeijks merovingisch grafveld aan de Fazantlaan. Ook het zwaardgevest van koning Childeric uit 481 gevonden te Doornik en uit de collectie van de Bibliothèque Nationale te Parijs is er naast vele andere schatten te zien. Alleszins de moeite waard om deze tentoonstelling “Gouden Middeleeuwen” te bezoeken. (25 apr. -26 okt.)

Ongeveer gelijktijdig (15 apr. – 14 sept.) vindt in hetzelfde museum de tentoonstelling “Bij nader inzien” plaats waarvoor het Eicha Museum Bergeijkse vondsten uit dezelfde periode in bruikleen heeft verstrekt. Gevolg van deze uitwisseling is dat het mooie zwaard uit de late Bronstijd, opgegraven in 1934 op de Witrijt, en dat normaal in Leiden thuis is, nu tijdelijk in het Eicha Museum te bezichtigen is.

 

Daniël Vangheluwe, mei 2014