Schepenbankprotocollen

 

Het RHCe (Regional Historisch Centrum te Eindhoven) bewaart onder collectienummer A-0203 het archief van de Schepenbank Bergeijk 1523 – 1810. Onder Bergeijk moet in dit geval mede begrepen worden: Borkel en Schaft, Westerhoven en Riethoven, die onder dezelfde Schepenbank ressorteerden.

Dit archief, vaak aangeduid als RA (rechterlijk archief), bevat een groot aantal handgeschreven documenten, meestal samengebundeld in indrukwekkende boekwerken die zijn gecatalogiseerd en voorzien van inventarisnummers 1 tot en met 226.

afb.1g

Hierin zijn zaken vastgelegd zoals testamenten, overeenkomsten, akten van transport, boedelscheiding en deling, huurovereenkomsten, ontlastbrieven, procuraties, voogdij en curatele, enz. 

De samengevatte inhoud van een klein gedeelte van het archief (inventaris nr. 80 t/m 91) is via 'Digitale Arena'  http://sre.mindbus.nl/  online beschikbaar. De originele stukken kunnen worden geraadpleegd in de publieksruimte van het RHCe, ook die delen van het archief die niet in de Digitale Arena zijn opgenomen.

Enkele delen van het archief zijn beschadigd, verbleekt, door schimmel of inktvraat aangetast of anderszins zeer moeilijk leesbaar of zo kwetsbaar geworden dat zij door RHCe uit de roulatie zijn genomen in afwachting van eventuele restauratie. De desbetreffende inventarisnummers zijn dus niet meer publiek toegankelijk.

In 2010 is inventaris nr. 36 uit de roulatie genomen.  Op nr. 31 rustte al eerder een embargo.

Omdat wij toevallig over digitale opnamen daarvan beschikken, geven wij bij het toegankelijk maken van de inhoud op deze website voorrang aan deze twee delen . 

Wij hebben van de aktes korte samenvattingen gemaakt en in een pdf-bestand gebundeld.

Gezien de staat waarin die documenten verkeren kunnen wij de exacte inhoud van de aktes in de samenvattingen natuurlijk niet garanderen.

Waar grondtransacties in Bergeijk worden beschreven, hebben wij bij desbetreffende percelen doorgaans ook de reengenoten, eigenaren van de aangrenzende percelen, vermeld. Bij percelen in Riethoven, Westerhoven en Borkel en Schaft is dit meestal niet gebeurd.

Ondanks deze beperking bevatten de samenvattingen behalve de toponiemen ook een zeer grote hoeveelheid familienamen, veel meer dan er in het alfabetische register van de aktes vermeld staan. Ook leggen de aktes namen en familierelaties bloot die in de genealogische bronnen zoals Doop- Trouw- en Begraafboeken uit die tijd niet gevonden kunnen worden en die voor mensen met  belangstelling voor genealogie erg interessant kunnen zijn.

De digitale foto’s van de aktes, en van een beperkt aantal daarvan ook de afdrukken met transcripties, zijn bij de heemkundekring beschikbaar.

afb.23     

Bij lezing van de samenvattingen moet nog het volgende in ogenschouw worden genomen:

Pas in het begin van de 19e eeuw zijn de achternamen definitief vastgelegd. Voor die tijd werd vaak de voornaam van de vader gebruikt als achternaam van het kind; bij voorbeeld: Frans Adriaens had een zoon Michiel; die wordt Michiel Franssen genoemd. Als die ook weer een zoon had, die naar zijn grootvader Frans werd genoemd gaat hij door het leven als Frans Michiels. Zodoende is Frans Michiels, zoon van Michiel Fransen, afstammeling in rechte lijn, en kleinzoon van Frans Adriaens! Dit maakt het zoeken niet gemakkelijker, maar het uitzoeken wel interessanter!

Omdat namen ook vaak afgekort werden geschreven, moeten bij voorbeeld Janse, Jansen, Janssen, Janszn min of meer als synoniemen worden beschouwd; in transcripties worden die schrijfwijzen dan ook vrij willekeurig gehanteerd.

Een ander verschijnsel is dat in de aanhef van een akte soms namen worden genoemd die op het eerste gezicht in het verdere verloop van de tekst niet terugkomen. Voorbeeld: de in de aanhef vermelde Marcus Leendert Bornberge wordt in het verdere verloop van de akte alleen maar Marcus Leenderts genoemd. 

Men moet er verder op bedacht zijn, zeker als men het bestand met zoekfuncties benadert, dat de spelling van namen in die tijd erg variabel was, bij voorbeeld: Doctor Raupp komt ook voor als doctor Roub.

Bergeijk was indertijd verdeeld in vijf herdgangen: Eijkereijnde – Broekstraat – ’t Loo – de Berkten (Hooge en Lage Berkt samen) – Weebosch (incl. Witrijt). De benaming Eijkereijnde en Broekstraat in de akten duidt dan ook op de herdgang, het hele gebied met die naam, een veel ruimer gebied dan de huidige gelijkluidende straatnamen doen vermoeden.

 

Piet Aarts, oktober 2011

 

 

Om de historische lijn van afstamming en eigendomsrechten te kunnen doorzoeken zijn de samenvattingen van inventarisnummers 32 t/m 35 toegevoegd. Zodoende kan aansluiting worden gezocht en naar doorlopende lijnen worden gespeurd over de gehele periode van 1658 tot 1725. De informatie van de schepenbank (Rechterlijk Archief) is wel uitgebreid, maar niet volledig. Ook in andere archieven (Notarieel Archief, Gemeentelijk Archief en ook in andere inventarisnummers van RA) staat nog informatie over deze periode.

 

Piet Aarts, maart 2012